Knagen

‘Welkom. Diederik van der Salm, zeg maar Diederik.’ Marc wordt ontvangen door de burgemeester van Baarn. Hij is journalist en maakt een serie interviews met gemeentelijke en provinciale bestuurders voor een regionaal dagblad. Het gesprek vindt plaats bij de burgemeester thuis.

De afspraak heeft Marc te danken aan zijn zoon Pierre. Kortgeleden vertelde Pierre aan een medestudente over het werk van zijn vader. ‘Oh, ik ken wel iemand’, had zij gezegd.

De burgemeester is open over bestuurlijke zaken, maar ook over de impact van zijn functie op zijn persoonlijk leven. Hij is duidelijk trots op zijn dochter, Anemoon. Zij volgt een Master Philosophy aan de Universiteit van Amsterdam.
Was Pierre alvast maar zover, denkt Marc. De gedachte dat zijn zoon andere plannen heeft knaagt aan hem. Pierre gaat reizen en zet zijn studie Bedrijfskunde op een laag pitje.

Na het interview gaat Marc even langs bij Pierre. Zijn zoon woont sinds kort in een flat in Utrecht. ‘Pap, ik ga het huis uit’, zei hij een maand geleden. ‘Oh… eh… ja? Wanneer?’ vroeg Marc. ‘Dit weekend. Misschien wil jij alvast een busje huren?’

Met minimale middelen – een paar liter witte latex, een geleend bankje van zijn zus en verouderd meubilair- is zijn kraakwoning in een volkswijk in Utrecht enigszins bewoonbaar gemaakt. De appartementen worden tijdelijk, antikraak, verhuurd. Een kans om eindelijk eens zelfstandig te gaan wonen en bijna voor niks, vindt Pierre.

Als Marc door zijn zoon wordt binnengelaten ziet hij een niet te beschrijven rotzooi. Overal beesten: konijnen, cavia’s en hamsters. De beesten lopen gewoon door de woonkamer. Het resultaat: afgekrabt behang, vulling die uit het geleende bankje komt, overal konijnenkeutels. Pierre ziet eruit alsof hij flink is doorgezakt. En dan die stank. Marc is verbijsterd.

In de auto op weg naar huis vraagt Marc zich af wat er toch is met Pierre. ’t Is toch een vent die er goed wil uitzien, enigszins slordig is, dàt wel ja. Maar toch… Tja, hij wilde wel altijd graag een konijn. Maar met ouders met drukke banen was dat niet mogelijk. Het lijkt erop dat hij nu helemaal is doorgeslagen.

Twee weken later gaat Marc weer op bezoek bij Pierre. Hij kijkt eens rond en zegt: ‘Dàt zag er de laatste keer wel anders uit!’ Oké, het hok met de drie knaagdieren is er nog steeds, maar geen cavia’s meer, slechts één hamster, en op het balkon een konijnenhok met twee konijnen. Geen stank. Verder een leuk bankje dat hij niet herkent, alles keurig gestofzuigd, nieuw behang, Pierre keurig gekapt en gekleed. ‘Tja, verandering van inzicht hè’, zegt Pierre. ‘Koffie?’

Marc gaat zitten. De keukendeur gaat open. Er komt een jonge vrouw met de vers gezette koffie binnen: langbenig, hooggehakt, ‘strak in de lak’. Zij stelt zich voor: ‘Anemoon’. Marc stamelde van verbazing: ‘Ben jij… ben jij niet de dochter van Diederik van der Salm?’ ‘Ja’, zei ze. ‘En hoe kom je hier dan?’ ‘Tja’, zei ze, ‘toen Pierre mij vroeg om mijn vader te polsen voor uw interview zijn we naar de universiteitskroeg gegaan en vertelde hij me dat hij gaat reizen. En nu zijn we onze reis aan het plannen. ‘We? Onze?’ vraagt Marc. ‘Ja, we gaan met z’n tweeën.’

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone