Het uiterste puntje

De zon glinsterend in de spiegel van de auto. Jessica kijkt enigszins verveeld uit het raam. Ze friemelt met haar vingers en ziet buiten de bomen bewegen in de wind. Haar doel van vandaag is om naar het uiterste puntje van Kreta te rijden. Met het uiterste puntje van Kreta bedoelt Jessica de noordwestelijke punt. Haar onuitputtelijke drive om voortdurend op eilanden de uiterste punten op te zoeken, drijft Manfred tot wanhoop. Vaak is het een eind rijden vanuit de accommodatie waar ze verblijven. Hij is meestal de chauffeur. Nu ook weer. Na al die jaren is hij vermoeid geraakt. Het werk slokt hem op. Het bedrijf waar hij werkt is een overheidsinstelling. Nu heeft hij een jonge ondernemende manager die zijn medewerkers opjaagt om tot betere resultaten te komen. Dat is hard werken. Hij zucht….

“Laten we hier stoppen”, deelt Jessica mee. De eerste stop is bereikt. Manfred parkeert de auto op een verlaten parkeerterrein, vlak bij het strand. Hun vakantie valt in het naseizoen en de meeste toeristen zijn al lang aan het werk. Jessica stapt uit en de wind rukt aan de autodeur. Met moeite houdt ze de deur in bedwang. De wind waait hard, bijna stormachtig en brengt warmte met zich mee vanuit Afrika. Het zand waait op in een cirkelende beweging. De zandkorrels zandstralen haar huid. Ze ziet kleine witte koppen op de golven. “Laten we hier even wandelen over de boulevard. Misschien zijn er winkeltjes.” Weer zucht Manfred. Niet hardop, nee, vooral niet hardop. Shoppen is ook Jessica’s ding. Meestal loopt hij gelaten mee, winkel in winkel uit en draagt haar aankopen. Jessica is teleurgesteld. Een enkele souvenirwinkel, gesloten inmiddels. Manfred haalt opgelucht adem.

Even verderop is een restaurant aan het strand en de zee. Jessica en Manfred gaan zitten aan een tafeltje. Jessica kijkt om zich heen en ziet naast haar een tafeltje met een oudere vrouw. Het tafeltje daarnaast is bezet door een andere oudere vrouw. Beiden op leeftijd prikkend in hun gezonde Griekse salade. Een karaf met water ernaast. Manfred bestelt een halve liter lokale rosé. In stilte drinken ze de wijn op.

Dan staan ze op en lopen dezelfde weg terug. De restaurants en een hotel zijn gesloten. De inventaris staat achter het glas, eenzaam opgesloten. De wind waait nog steeds hard. Een uithangbord met ‘FOR SALE’ erop geschreven slaat tegen de pui aan.

Verder gaat de reis naar het uiterste noordwestelijke puntje van Kreta. De weg eindigt in een T-splitsing en Jessica commandeert: “rechtsaf”. De laatste huizen en dan stopt ook de asfaltweg. Manfred zucht opnieuw en kauwt zijn irritatie weg. De weg gaat over in een hobbelige weg. “Oh, God,” denkt hij, “waar gaan we nu weer naar toe”. De heuvels links van hen zijn kaal, de weg is gevuld met gaten en keien. “Op weg naar de hel”, denkt Manfred. Ach ja, zijn huwelijk is ook een hel. Misschien wel een begrensde hel….. De machteloosheid breekt hem op. Het lijkt wel of hij niet weg kan uit dit huwelijk. Hij zou niet weten hoe. Dat is hij inmiddels vergeten, lijkt het wel. De enige vreugde in zijn leven is zingen in het smartlappenkoor, “De Zakdoekjes”.

Even later stoppen ze voor een slagboom. Aan de rechterhand staat een houten huisje. Een jonge vrouw stapt uit het huisje en de wind grijpt gretig haar haren. Ze probeert de haren uit haar gezicht te vegen, tevergeefs. Ze loopt naar Jessica en Manfred toe. “Goodmorning, the fee is one Euro per person. We use the money to make the road. It is a protect area.” “Oké”, zegt Jessica. Ze lacht vriendelijke naar de jonge vrouw. Twee Euro voor het asfalteren lijkt haar een goed plan. Beiden rommelen in hun portemonnee voor euro’s. Jessica betaalt en dan rijden ze verder.

In de weg verschijnen steeds meer gaten en hobbels. Manfred probeert schade te voorkomen aan hun huurauto en manoeuvreert zo veel mogelijk om de gaten heen. Een enkele auto passeert. Zorgvuldig elkaar ontwijkend gaat de reis langzaam verder. De buitenthermometer in de auto wijst 35 graden aan. Onaangenaam heet met nog steeds dezelfde warme wind. Ze passeren geiten, die langs de kant van de weg zich te goed doen aan de paar struikjes. “Stop”, zegt Jessica. “Even een paar foto’s maken.” Snel stapt ze uit de auto. Ze voelt de hitte van de zon op haar hoofd en haar armen. De geiten laten hun best kan zien.

Jessica en Manfred vervolgen hun weg. Even raakt Jessica geïrriteerd over de duur van de tocht. Ze zijn nu al een uur onderweg. Manfred kijkt stoïcijns voor zich uit. Jessica kijkt naar hem en raakt nog meer geïrriteerd. Haar man is volgzaam en laat zich leiden door de dagprogramma’s van haar. Aan de ene kant is het gemakkelijk. Ze kan doen en laten wat ze wil. Aan de andere kant zou ze graag een keer discussie met hem willen hebben. Een beetje vuur in hun relatie. In het begin van hun relatie zocht ze de grenzen op om een discussie uit te lokken Dat heeft ze inmiddels opgegeven. De weg stijgt licht. Op de radio jengelen tonen van een bouzouki en een melancholische stem zingt een Griekse smartlap. Ook daar raakt Jessica geïrriteerd van. Ze drukt met een harde slag de uitknop in met als gevolg een dodelijke stilte. Haar bedrijf in fair trade artikelen loopt goed. Inmiddels heeft ze een behoorlijke financiële reserve opgebouwd. Nu zit ze thuis op de bank. Uitgeput van het harde werken. Ook in haar werk gaat ze tot het uiterste. Ver over haar grenzen.

Van het geschud in de auto is Jessica moe en gelukkig dan is het einde in zicht. De weg eindigt in een parkeerplaats, vol met auto’s. Jessica vraagt zich af waar de mensen zijn. Rechts is een houten hut met een rieten dank. Het is een barretje waar je iets kunt drinken. Links een éénmanspaadje, dat licht slingerend naar boven loopt. Er hangt een bord. Het bord verwijst naar het vervoer per ezel. Helaas, de ezels zijn ook met winter reces. Jessica twijfelt over het bewandelen van het pad. Het is tenslotte al half vier. Ze kijkt naar Manfred. “Kom, laten we het pad opgaan, dan zien we wel waar we terecht komen.” Achter elkaar lopen ze het pad op, Jessica voorop. Haar camera bengelt op haar borst. Enkele mensen passeren op weg naar hun auto’s. De rotsen zijn begroeid met taai, groenig uitziende struiken. De toppen van de bergen zijn kaal. De zon brandt en de wind giert nog steeds om hun oren. Een onherbergzaam oord.

Na 10 minuten lopen bereiken ze een plateau en Jessica staat ademloos te kijken Wat een prachtig uitzicht. Ze staan op een hoogte van ongeveer duizend meter. Het pad loopt stijl naar beneden. Ver beneden hen is een maagdelijk wit strand. Even verder in de zee torent een rots omhoog vanuit de golven. De zee is azuur blauw gekleurd met wel duizend verschillende schakeringen. “Dit is de moeite waard van de vermoeiende reis naar het uiterste puntje.” Even is er een gevoel van samenzijn en samen delen van dit magnifieke uitzicht. Jessica aarzelt. Misschien naar beneden? Dan zegt Jessica: “Dit is nog niet het uiterste puntje, Manfred. Daar wil ik naar toe.” Ze wijst met haar vinger naar links. Manfred zucht.

Ze lopen een eindje terug en wijken af van het éénmanspaadje. Een bordje waarschuwt hen voor gevaar, “danger” staat erop. Jessica negeert het bordje en loopt verder naar het alleruiterste puntje van Kreta. Manfred volgt gelaten en sjokt achter hem aan. Beneden aan de zee staat een wit kerkje met een Grieks blauw dak. Dit kerkje verwelkomt al decennia lang de vissers die veilig terug komen van het vissen. Ook dient dit kerkje als gedenkplaats voor de vissers die verdronken op de ruwe zee. “De goden zijn met u”, denkt Manfred. Langzaam lopen ze verder en verder. Dan eindelijk ver van de parkeerplaats, ver van het tropisch uitziende strand bereiken ze het uiterste puntje van noord west Kreta.

Jessica loopt nog een stukje door, nog verder naar het uiterste puntje. Manfred vlak achter haar. Hij voelt haar warmte, even raakt hij haar aan. Dan stopt Jessica. Ze spreidt haar armen en voelt de wind door haar haren, Ze ruikt de zilte geur van de zee. Haar broek fladdert om haar benen. Het uitzicht is geweldig. De zee is ruw, witte koppen op de golven. Jessica voelt zich een moment vrij en gelukkig, eindelijk de ruimte om te vliegen.

Dan beweegt er iets onder haar voeten, een paar kiezels. Jessica verliest haar evenwicht. Ze zwaait met haar armen, haar lichaam beweegt zich van voor naar achteren, dan weer naar voren. Haar felle kreet splijt de lucht in tweeën. Manfred staat roerloos. Hij doet geen moeite om haar vast te grijpen. Dan is haar warmte weg.

Hester Hoornstra

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone